Rijden met een fiets in goede staat is niet alleen een plezier voor wie er mee rijdt maar draagt ook ​​bij aan je eigen veiligheid. Stel je immers voor dat tijdens je rit met je vintage stalen racefiets je tube er af vliegt, je ketting doorslaat of je wiel constant tegen je remblokjes sleept om maar een paar ongemakken op te noemen.

Niet echt aangenaam en misschien een reden om je vintage stalen ros op stal te laten staan.

Daarom is het belangrijk om de staat van je fiets te inspecteren voordat je vertrekt.

Rijd je heel veel kilometers op een jaar dan is het aangeraden om minstens één keer per jaar je fiets binnen te brengen bij een fietsenmaker. Meestal geldt dit niet voor de vintage “oldtimer” racefiets en wordt die slechts af en toe gebruikt voor een retro wedstrijd, een kort ritje of een ritje met de retro club.

Veel controles kun je dus zelf uitvoeren en in dit artikeltje helpen wij je hierbij.

Controle van de remmen

Remklauwen en remblokjes

Om ervoor te zorgen dat de remmen goed werken, moet je eerst de staat van de remblokken inspecteren (het rubberen kussentje dat contact maakt met de velg). De remblokjes (in het Engels pads genoemd) moeten groeven hebben om water af te voeren: als deze niet zichtbaar zijn, betekent dit dat ze te versleten zijn en moeten worden vervangen.

Kijk ook of er scheurtjes in het rubber zijn. Droge of beschadigde remblokken verminderen immers de remefficiëntie.

scheurtjes en barstjes wijzen erop dat het materiaal te vervangen is

Remhendels

De remhendels moeten soepel aanvoelen en snel terugkeren naar de startpositie. Als dit niet gebeurt is dit meestal een aanwijzing dat de kabels verroest zijn en moeten ze worden gesmeerd. Controleer regelmatig de sterkte van de terugstelveer (aan de achterkant van beide remklauwen).

De werking van de remmen moet krachtig en efficiënt zijn, de remblokjes mogen niet slepen tegen de velg zolang de remhendel niet is aangetrokken. Is dit het geval dan zijn de remklauwen niet centraal gepositioneerd.

Stuur en balhoofdset

Het stuur en de stuurvork moeten soepel draaien en op geen enkel moment stoppen of schuren. Een controle op de goede werking van het balhoofd (kopset, balhoofdset) kun je zelf op de volgende manier uitvoeren

Plaats je handen op het stuur en houd de voorrem ingedrukt. Voel je een beweging in het balboofd dan is deze los. Stuiter ook het voorwiel van de grond, hoor je een ratelend geluid dan kan ook dit duiden op een los balhoofd.

Banden en tubes

Het loopvlak van de band of tube moet zichtbaar zijn en mag geen barstjes of scheurtjes vertonen die zouden kunnen wijzen op droog rubber waardoor je minder grip op de weg krijgt. Droge banden of tubes vergroten ook de kans op lek rijden door verminderde elasticiteit.

Tubes moeten bovendien goed aan het wiel zijn vastgekleefd, je wilt immers geen afslaande tube tijdens het rijden.

De trapas

De trapas is de motor van de fiets en dus zeer belangrijk. Om deze te controleren plaats je de fiets best op een fiets montagestandaard (fietshouder) en verwijder je de ketting van het crankstel zodat de crankarmen vrij kunnen draaien. De rotatie van de crank moet soepel en zonder wrijving zijn.

Als er beweging of hapering is dan ga je best naar een fietsenmaker om de trapas vast te draaien tenzij je natuurlijk zelf het materieel hebt om deze vast te zetten.

Is het probleem daarna niet opgelost dan duidt dit op een probleem met de kogellagers.

Wielen en naven

De wielen controleren op uitlijning kan worden gedaan zonder ze van de fiets te halen. Test één wiel tegelijk, draai aan het wiel en gebruik de remblokjes als referentie om te zien of het wiel gecentreerd is.

Is het wiel gecentreerd maar zit er een slag in dan kun je deze er uit halen door de spaken aan te spannen. Heb je dit nog nooit gedaan dan kan dit een tijdrovende bezigheid zijn.

De wielnaven kun je het best controleren door het wiel zijwaarts te bewegen met de fiets op de grond. Zit er beweging in dan moeten de naven worden vastgedraaid.

Bandenspanning

De bandenspanning wordt nogal eens over het hoofd gezien maar maakt het fietsen zoveel aangenamer met de juiste bandenspanning. Ze wordt gemeten in bar of psi en is evenredig met het gewicht van de fietser. De volgende tabel toont de minimum en maximum druk voor racefietsen op verharde wegen.

bandenspanning fietsen

Op natte wegen moet de bandenspanning ongeveer 0,5 bar of 7 psi lager zijn. Op onverharde wegen kan de druk met 1,0 bar of 15 psi worden verlaagd om de grip en het comfort te vergroten. Tubes moeten in het algemeen worden opgeblazen tot een druk van 0,5 bar of 7 psi.

Bij moderne banden en tubes staan meestal instructies op de verpakking en op de banden of tubes voor de aanbevolen maximale bandenspanning.

 

nl_NL