Korte geschiedenis van de Tour – deel 3

1914 de 2de keer Philippe Thys

De Belg Philippe Thys wint met groot overmacht zijn 2de Tour de France. Het zag er echter niet zo goed uit wanneer Thys tijdens een etappe zijn vork breekt en op zoek moet naar een fietsenmaker waar hij die zelf moet herstellen. Hij vraagt echter hulp waardoor hij een uur straf toegekend krijgt en de Tour dreigt te verliezen.

Maar ondanks dit tijdsverlies houdt hij nog 2 minuten over en wint dus zijn 2de Tour.

Er is ook een nieuwigheid in deze Tour: aan het frame van de fiets wordt voortaan het nummer van de deelnemer opgehangen.

1919 de introductie van de gele trui

Het uitbreken van de 1ste wereldoorlog maakt voorlopig een einde aan de jaarlijkse Ronde van Frankrijk. Pas in 1919 gaat de 13de editie van start en opnieuw is het een Belg die op het hoogste schavotje staat, namelijk Firmin Lambot.

Voor deze editie stonden slechts 69 renners aan de start en slechts 10 zouden de finish halen. Dit was te wijten aan het feit dat veel favorieten gesneuveld waren tijdens de oorlog en het overgrote gedeelte van de deelnemers niet optimaal had kunnen trainen en dus moest opgeven.

Een nieuwe start en dus ook een nieuw idee dat het symbool werd van de Ronde van Frankrijk: de gele trui. Organisator Henri Desgrange zat al een tijdje met dit idee in het hoofd maar voerde de trui pas in na de 10de etappe op aandringen van het publiek dat klaagde dat ze de leider in het klassement niet konden herkennen. De renners zelf waren er echter niet wild van omdat ze voortaan niet meer anoniem konden aanvallen.

De gele kleur werd gekozen omwille van de sportkrant l’Auto die gedrukt was op geel papier en tevens hoofdsponsor was van de Tour.

1920 opnieuw Philippe Thys

In 1920 wint Philippe Thys zijn 3de Tour de France, de eerste die in deze onderneming slaagde. Door zijn slechte prestatie het jaar ervoor was hij gebrand om goed aan de dag te komen en dat deed hij dan ook. Hij domineerde de Ronde praktisch van het begin tot aan het einde.

Opmerkelijk in deze Tour is dat de eerste 7 in het klassement allemaal Belgen waren, dit was nog nooit eerder vertoond.

In 1920 werd ook de langste etappe ooit gereden, ze was maar liefst 482 km lang.

1922 opnieuw pech voor Eugène Christophe

Na pech in de rondes van 1913 en 1919 door breuk aan zijn vorken ziet het er naar uit dat Christophe eindelijk zijn 1ste Tour de France zal winnen maar in de 7de etappe sloeg het noodlot opnieuw toe waardoor hij zijn leiderstrui moest afstaan en alle kansen op de eindoverwinning zag verdwijnen.

Hij zou voor de komende rondes nooit meer in aanmerking komen voor het klassement.

Het was opnieuw Firmin Lambot die na 3 jaar het hoogste schavotje mocht bekleden niettegenstaande dat hij geen enkele etappe had gewonnen. Dit was tot dan nog nooit gebeurd.

1924 het eerste dopingverhaal

Na zijn overwinning in 1923 was Henri Pélissier opnieuw de grote favoriet maar het liep al mis vanaf de 3de rit. Hij kreeg namelijk een tijdstraf omdat hij 2 truien aanhad wat in strijd was met het toenmalige (onmenselijke) reglement.

Daarom stapte Henri samen met zijn 2 andere broers uit de wedstrijd en deed vervolgens zijn beklag bij de journalisten over de onmenselijke omstandigheden. De broers toonden de pillen die ze moesten slikken om de Tour uit te kunnen rijden en meteen was het eerste dopingverhaal geboren. Een journalist haalde voor het eerst de term boven van wielrenners zijn de dwangarbeiders van de weg.

De ronde van 1924 werd uiteindelijk gewonnen door de Italiaan Ottavio Bottecchia die na zijn loopbaan fietsenproducent werd.